Prenatale diagnostiek (vrouwen van 36 jaar en ouder)

Zwangeren van 36 jaar en ouder hebben recht op prenataal diagnostisch onderzoek, omdat zij een verhoogde kans hebben op het krijgen van een kind met een chromosomale afwijking zoals syndroom van Down. Indien er een ernstige aangeboren afwijking in de naaste familie voorkomt kun je kiezen voor een diagnostische test. Het gaat dan om een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie.

Vlokkentest
Een vlokkentest kan tussen 10 en 12 weken zwangerschap plaats vinden. Met deze test kunnen chromosoomafwijkingen en enkele andere aangeboren afwijkingen worden opgespoord. Neurale buisdefecten zoals een open ruggentje kunnen niet met de vlokkentest worden opgespoord. Aan de rand van de vruchtzak, waarin de baby groeit, zit vlokachtig weefsel. Dit weefsel vormt later de placenta. De vlokken zijn uit dezelfde cellen ontstaan als de baby. Bij een vlokkentest wordt een aantal van deze vlokken opgezogen. De kans op een miskraam als gevolg van een vlokkentest is ½ tot 1%

Vruchtwaterpunctie
De vruchtwaterpunctie vindt meestal plaats in de 16e week van de zwangerschap. Met deze test kunnen chromosoomafwijkingen, neurale buisdefecten en enkele andere afwijkingen worden opgespoord. Er is een hele kleine kans dat het chromosomen onderzoek niet voldoende informatie geeft. De kans op een miskraam als gevolg van een vruchtwaterpunctie is een ½ tot 1%.

• Wanneer je besluit gebruik te maken van prenataal onderzoek, regelt de verloskundige de verwijzing.