Hielprik en gehoorscreening
De hielprik wordt uitgevoerd door een medewerker van de jeugd gezondheidszorg (GGD), dit bloedonderzoek vindt plaats tussen 72 en 168 uur na de geboorte.
Bij de hielprik wordt er een klein krasje in de hiel van de baby gemaakt. Het bloed wordt opgevangen en onderzocht. De hielprik screent op 17 aangeboren ernstige aandoeningen. Sommige ziektes zijn niet behandelbaar. Een vroege opsporing hiervan is wel zinvol omdat met medicatie of een dieet de aandoening kan beperken. Voor het uitvoeren van de hielprik moet je als ouders toestemming geven.
Gelijktijdig met de hielprik vindt de gehoortest plaats. Dit gebeurt met een apparaatje dat lijkt op een oorthermometer. De uitslag wordt gelijk bekend gemaakt. Om de gehoortest goed te laten verlopen is het verstandig om de baby niet in bad te doen op de dag van de gehoortest.
Tijdens dit bezoek ontvang je het groeiboekje. Dit boekje moet je elk bezoek aan het consultatiebureau meenemen.